STOK wijst huurverhoging door Bo-Ex af

STOK heeft negatief geadviseerd op het besluit van Bo-Ex om per 1 juli 2018 de huur te verhogen. Extra wrang is dat corporaties een deel van de huuropbrengst  moeten afdragen in de vorm van de verhuurdersheffing zonder dat de rijksoverheid op het gebied van sociale woningbouw daar iets tegenover stelt.
Bo-Ex wil de huren voor de huurders met een (gezins)inkomen tot € 41.056,- verhogen met 1,4%. Hiermee komt een eind aan een periode van 2 jaar, waarin Huurders met een inkomen boven de € 41.056,- gaan 5,4% meer betalen. Dat betekent voor deze huurders, sinds de invoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging in 2013, maar liefst 33 procent meer!
Ondanks het feit dat de huurverhoging voor de een deel van de huurders beperkt blijft tot 1,4%, vindt STOK dat ongewenst. Weliswaar trekt de economie aan maar dit resulteert, vooralsnog, Bo-Ex zegt de huren te moeten verhogen om te kunnen voldoen aan de beloofde investeringen in renovatie en groot onderhoud, duurzaamheid en nieuwbouw. STOK onderschrijft de noodzaak hiertoe. STOK betwijfelt de noodzaak de rekening daarvoor bij huurders neer te leggen. Koopwoningen worden immers nog steeds gesubsidieerd door de aftrek van de hypotheekrente.
Bo-Ex moet een deel van de huuropbrengst afdragen in de vorm van de verhuurdersheffing. Dit is zo een vorm van verkapte belasting geworden. STOK erkent dat overheden en autoriteiten regels en wetgeving opleggen aan  Bo-Ex. Deze spelregels zijn niet eerlijk. Zolang dit het geval blijft,  is een huurverhoging onbespreekbaar.
Het komend jaar gaat STOK samen met Bo-Ex naar het huurbeleid en de alternatieven kijken. Als behartiger van de belangen van huurders zal STOK de huurdersbelangen centraal blijven stellen.

Zie het uitgebracht advies.